CASUS 1 LIES
Voor de opwarming staat de hele ploeg in een cirkel rond de trainer voor een reflectiemoment over de vorige wedstrijd. De trainster is zichtbaar teleurgesteld en zegt dat er te veel zwakke speelsters op het veld staan. Ze spreekt enkele speelsters persoonlijk aan en zegt dat de ploeg “niet voetbalt maar de bal zomaar vooruit schopt”.
Lies neemt het woord en zegt dat ze de opstelling chaotisch vond en dat er te veel ruimte zat tussen verdediging en aanval, waardoor het moeilijk was om de bal voorin te krijgen. De trainster reageert afwijzend en zegt dat er niets mis is met de opstelling, maar dat de speelsters gewoon niet goed speelden.
Wanneer Lies voorzichtig voorstelt om misschien enkele speelsters met meer zelfvertrouwen op een andere positie te zetten, reageert de trainster boos en zegt dat ze geen tegenspraak duldt en dat de opstelling blijft zoals ze is.
De sfeer in de groep wordt gespannen en meerdere speelsters durven niets meer te zeggen.
CASUS 2 opwarming
Voor de training hoort de trainster geroezemoes in de groep over de opwarming. Zonder verdere uitleg zegt ze dat iedereen zes toertjes rond het veld moet lopen, wat neerkomt op ongeveer 2,5 kilometer.
In de groep wordt opnieuw gezucht en het enthousiasme is laag. De trainster wil dat iedereen samen loopt omdat we één team vormen, maar doordat niet iedereen even sterk is, ligt het tempo voor sommige speelsters te traag terwijl anderen de afstand net te zwaar vinden.
Enkele conditieel sterkere speelsters voelen zich na afloop onvoldoende opgewarmd. Wanneer er opmerkingen komen, reageert de trainster geïrriteerd en zegt ze dat ze moeten stoppen met zagen en dat wie conditie wil, gewoon moet lopen.
De ploeg voelt zich niet gehoord en start de training met weinig motivatie, terwijl de opwarming haar doel – het lichaam voorbereiden op inspanning – volledig mist.
